Hof 's-Hertogenbosch 23 februari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:703
Ten onrechte een betaalverzuimboete opgelegd ten aanzien van niet(-tijdig) betaalde termijnen van een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting. Het in een intern memo vervatte beleid van de Belastingdienst strookt niet met de bedoeling van de wetgever zoals volgend uit de parlementaire geschiedenis. Van bevoegdheidsuitoefening overeenkomstig het voornoemde memo kan, voor zover die verder gaat dan hetgeen de wetgever aan de Ontvanger heeft willen toekennen, geen sprake zijn. De Ontvanger heeft niet onderbouwd waarom belanghebbende als notoire wanbetaler, zoals beschreven in de parlementaire geschiedenis, kan worden aangemerkt. Het enkele niet-betalen van de eerste nadere voorlopige aanslag maakt van belanghebbende geen notoire wanbetaler. Het Hof overweegt ten overvloede dat, gelet op de omstandigheden van het geval, de Ontvanger niet zonder schending van het zorgvuldigheidsbeginsel kon overgaan tot oplegging van de onderhavige boete.
De uitspraak op rechtspraak.nl