Hof 's-Hertogenbosch 12 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:69
Belanghebbende is rekeninghouder bij KBL. Het Hof is van oordeel dat aannemelijk is dat belanghebbende de gerechtigde is tot de tegoeden op de KBL-rekeningen. Voorts is het Hof van oordeel dat de Inspecteur voor het jaar 1992 aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Een bedrag van € 1.169 is volgens het Hof op zichzelf beschouwd een aanzienlijk bedrag. Voor de jaren 1993 tot en met 2000 blijft het verschil tussen de volgens aangifte verschuldigde belasting en de werkelijk verschuldigde belasting onder de € 1000. Het Hof acht dit een te laag bedrag om tot omkering van de bewijslast te concluderen. Ten slotte is het Hof van oordeel dat de Inspecteur op basis van de normale regels van stelplicht en bewijslast niet de KBL-correcties voor de IB/PVV 1990 en 1991 aannemelijk heeft gemaakt doch wel voor de IB/PVV 1993 tot en met 2000.
De uitspraak op rechtspraak.nl