Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4668

Belanghebbende is op grond van een overeenkomst tot “rentecompensatie/saldoverrekening” hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de aanzuivering van negatieve banksaldi van andere groepsvennootschappen. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat het bedrag waarvoor zij op grond van deze overeenkomst aansprakelijk is gesteld aftrekbaar is. Naar het oordeel van het Hof wijkt de onderhavige zaak feitelijk en rechtens af van de aan het arrest Hoge Raad 1 maart 2013, nr. 11/01985, ECLI:NL:HR:2013:BW6520 ten grondslag liggende casus, waardoor de onderhavige overeenkomst niet aan te merken is als een kredietarrangement waarop in dit arrest wordt gedoeld. De onderhavige overeenkomst is aan te merken als een overeenkomst tot verrekening van de saldi op alle bij de overeenkomst betrokken bankrekeningen. Met deze overeenkomst kan, in tegenstelling tot het kredietarrangement uit voornoemd arrest, derhalve ook door individuele groepsvennootschappen een voordeel worden behaald. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur ook voor het overige niet aannemelijk gemaakt dat een onafhankelijke derde, die overigens in dezelfde positie zou verkeren als belanghebbende, de overeenkomst niet zou zijn aangegaan, althans ook niet zonder vaststelling van een op zakelijke grondslag bepaalde vergoeding. De Inspecteur heeft ten onrechte de aftrek van het bedrag waarvoor belanghebbende hoofdelijk aansprakelijk is gesteld geweigerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken