Hof 's-Hertogenbosch 26 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4138

Bestuurdersaansprakelijkheid. Geding na verwijzing door de Hoge Raad. Bestuurder dient in de ochtend bij de rechtbank een verzoek in om de vennootschap 'per omgaand' en 'met de hoogste spoed' failliet te verklaren. Op dezelfde dag geeft de bestuurder namens de vennootschap aan de bank opdracht om betalingen aan derden te verrichten. Rond 14.00 uur die dag spreekt de rechtbank het faillissement uit. Omdat de faillietverklaring ingevolge artikel 23 Fw terugwerkt tot 0.00 uur, was de vennootschap op het moment dat zij de betalingsopdracht gaf daartoe niet meer bevoegd. In een eerdere procedure (de hoofdzaak) heeft de curator met succes betaling van de bank gevorderd van de bedragen die de bank na de faillietverklaring aan derden heeft voldaan. In de onderhavige vrijwaringsprocedure vordert de bank die bedragen als schade van de bestuurder. Die vordering is toewijsbaar. In het geding na verwijzing moet ervan worden uitgegaan dat de bestuurder kennis had van het rechtsgevolg van artikel 23 Fw. De bestuurder kan er persoonlijk een ernstig verwijt van worden gemaakt dat geen rekening is gehouden met de reële mogelijkheid dat de rechtbank na indiening van het verzoek nog dezelfde dag het faillissement zou uitspreken en dat het dus niet langer geoorloofd was om de bank betalingen te laten verrichten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken