Hof 's-Hertogenbosch 26 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4107

Fiscale fraudezaak. Art. 67f Algemene wet inzake rijksbelastingen. Art. 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen. Artikel 5:10a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Aanvang redelijke termijn strafzaak. Het opleggen van een bestuursrechtelijke boete is een ‘criminal charge’ in de zin van art. 6 EVRM. Hierbij is niet beslissend dat het vergrijp waarvoor een bestuursrechtelijke boete wordt aangekondigd naar het Nederlandse rechtsstelsel niet tot het (nationale) strafrecht behoort. Het beboetbare feit is hetzelfde feit als het strafbare feit. De cautie die door het bestuursorgaan is gegeven voor het beboetbare feit doet de redelijke termijn voor het strafbare feit aanvangen. De redelijke termijn is overschreden. Vernietiging vonnis van de rechtbank, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf. Veroordeling voor belastingfraude en valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Bevestiging vonnis waarvan beroep voor het overige.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken