Hof 's-Hertogenbosch 5 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3877
Appellant heeft uit morele overtuiging bezwaar tegen de verplichting een zorgverzekering af te sluiten. De methode van de reguliere geneeskunde deugt volgens appellant niet en hij wenst daaraan niet mee te werken, noch aan mee te betalen door middel van de door VGZ (in conventie) gevorderde premies. Het systeem waarbij het Zorginstituut (thans: het CAK) namens appellant tegen diens wil een zorgverzekering bij VGZ heeft afgesloten (artikel 9d Zvw), is volgens appellant in strijd met de contracteervrijheid in het civiele recht en met de artikelen 1 Eerste Protocol EVRM, 8 EVRM en 9 EVRM. Evenals de kantonrechter verwerpt het hof de bezwaren van appellant, voor wat betreft het beroep op het EVRM verwijzend naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3135.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 18c WVW
- Artikel 1 Zorgverzekeringswet
- Artikel 2 Zorgverzekeringswet
- Artikel 9d Zorgverzekeringswet
- Artikel 10 Zorgverzekeringswet
- Artikel 18f Zorgverzekeringswet
- Artikel 2.1.1 Wlz
- Artikel 8 EVRM
- Artikel 9 EVRM
- Artikel 1 Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden