Hof 's-Hertogenbosch 17 augustus 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3629
Gezag. Beëindiging ex artikel 1:266 BW. Het hof is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad ex artikel 392 e.v. Rv. In eerste aanleg is het gezag van beide ouders beëindigd. Eén van de ouders (de vader) is in hoger beroep gekomen van die beschikking, doch alleen voor zover het de beëindiging van zijn gezag betreft. De andere ouder (de moeder) is door de griffie aangemerkt als belanghebbende en in de gelegenheid gesteld verweer te voeren. De moeder heeft een verweerschrift ingediend, tevens houdende incidenteel appel gericht tegen de beëindiging van het gezag van beide ouders. De prejudiciële vragen hebben betrekking op de procesrechtelijke positie van de moeder.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 358 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 361 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 392 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 798 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1:245 BW1
- Artikel 1:247 BW1
- Artikel 1:251 BW1
- Artikel 1:251a BW1
- Artikel 1:266 BW1
- Artikel 8 EVRM