Hof 's-Hertogenbosch 13 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3229
Belanghebbende is directeur-grootaandeelhouder van een Belgische BVBA. In 2011 ontvangt belanghebbende loon van deze BVBA. De jaaropgave van de BVBA vermeldt over dat jaar een bedrag ter hoogte van het gehele loon aan ingehouden en afgedragen loonheffingen. De Ontvanger heeft dit bedrag als onverschuldigd betaald teruggeboekt naar de BVBA. Belanghebbende verzoekt in zijn aangifte IB/PVV 2011 om terugbetaling van loonheffingen. Het Hof is onder verwijzing naar de arresten van de Hoge Raad van 22 mei 2015, nrs. 14/05621 en 15/05556, ECLI:NL:HR:2015:1281 en 1278 van oordeel dat van inhouding van loonheffingen ten laste van belanghebbende geen sprake is geweest. Nu daarnaast de aan belanghebbende opgelegde aanslag op nihil is vastgesteld, was een gunstigere beslissing voor belanghebbende niet mogelijk. De Rechtbank heeft het beroep van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl