Hof 's-Hertogenbosch 6 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3072
Het Hof oordeelt dat de Inspecteur de navorderingsaanslagen IB/PVV voor de jaren 2007 tot en met 2009 en de aanslag IB/PVV 2010 mocht opleggen met toepassing van omkering en verzwaring van de bewijslast, aangezien de erflater ter zake van het jaar 2009 verzuimd heeft tijdig aangifte te doen en ter zake van de jaren 2007, 2008 en 2010 verzuimd heeft om substantiële inkomsten uit de handel in softdrugs in de aangiften op te nemen. Voorts faalt de grief dat de gevolgen van de toegepaste omkering en verzwaring van de bewijslast dienden te vervallen op het moment van overlijden van de erflater. Bovendien mag de rechter de innerlijke waarde of billijkheid van de wettelijke regeling met betrekking tot de omkering en verzwaring van de bewijslast niet beoordelen. Ten slotte oordeelt het Hof dat de navorderingsaanslagen en de aanslag berusten op een redelijke schatting van het inkomen dat de erflater met de handel in softdrugs genoten heeft.
De uitspraak op rechtspraak.nl