Hof 's-Hertogenbosch 2 juni 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2504
Naar het oordeel van het Hof heeft de Heffingsambtenaar de door hem in hoger beroep verdedigde waarde van de onroerende zaak van € 769.750 aannemelijk gemaakt. De Heffingsambtenaar heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de waarde van de onroerende zaak zoals opgenomen in de beschikking niet te hoog is (€ 788.000). Het Hof legt aan dit oordeel ten grondslag dat de Heffingsambtenaar ter zitting, desgevraagd, verklaard heeft dat hij ten onrechte een perceeloppervlakte van 2.500 m², dat onder de cultuurgrondvrijstelling had dienen te vallen, in de waardering van de onroerende zaak heeft betrokken. Uitgaande van de tussen partijen niet in geschil zijnde waarde van € 7,30 per m², komt het Hof tot het oordeel dat de door de Heffingsambtenaar vastgestelde waarde van het perceel verlaagd dient te worden met een bedrag van € 18.250. Belanghebbende heeft anderzijds de door haar in hoger beroep verdedigde waarde niet aannemelijk gemaakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl