Hof 's-Hertogenbosch 2 juni 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2502
De recreatiewoningen in een recreatiepark zijn voor de toepassing van artikel 220a, lid 2, van de Gemeentewet, aan te merken als woning. De Heffingsambtenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de onroerende zaak niet in hoofdzaak tot woning dient. De Heffingsambtenaar heeft het Hof verzocht om gebruik te maken van de mogelijkheid de Hoge Raad prejudiciële vragen te stellen. Het Hof willigt dat verzoek niet in. In de onderhavige procedure dienen diverse feitelijke vragen te worden beantwoord. De zaak leent zich daarom niet voor het stellen van prejudiciële vragen. Ook voor het overige ziet het Hof geen reden tot het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 9 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2787
- HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2084
- HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2085
- Hof Arnhem-Leeuwarden 28 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5223
- HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1125
- HR 2 maart 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC5609
- HR 10 oktober 1990, ECLI:NL:HR:1990:ZC4411