Hof 's-Hertogenbosch 19 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:2220
Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens termijnoverschrijding. Het door de Heffingsambtenaar ingestelde incidenteel hoger beroep is ongegrond. Voorts oordeelt het Hof dat de Heffingsambtenaar kennelijk beoogd heeft om een voorlopige aanslag op te leggen, gevolgd door een definitieve aanslag, en dat de voorlopige aanslag niet geconverteerd is in een definitieve aanslag. Met betrekking tot het normblad NEN 2580 oordeelt het Hof dat artikel 139 van de Gemeentewet niet verplicht tot publicatie. Ten slotte oordeelt het Hof dat de keuze van de gemeente voor hantering van een forfaitair bedrag aan bouwkosten voor distributiecentra van € 417 per m² binnen de keuzevrijheid van de gemeente bij het vaststellen van de heffingsmaatstaven van gemeentelijke heffingen blijft. Om deze reden verklaart het Hof het door belanghebbende ingestelde hoger beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 1 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3888
- HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1669
- Rb. Zeeland-West-Brabant 3 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5038
- ABRvS 10 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4617
- HR 9 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7330
- HR 11 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7094
- HR 25 oktober 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8499
- HR 6 november 1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1737
- HR 16 oktober 1991, ECLI:NL:HR:1991:BH7959