Hof 's-Hertogenbosch 20 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:182
Na verwijzing HR 11 december 2015, nr. 14/03653, ECLI:NL:HR:2015:3492. Hoewel de doelomschrijving van de ingevolge art. 7 van de Experimentenwet opgerichte Stichting aanleiding geeft tot onduidelijkheid, leidt een zinvolle uitleg van de doelomschrijving het Hof tot het oordeel dat de statutaire doelstelling voldoet aan de in de Experimentenwet omschreven uitgangspunten. Gelet op hetgeen is overwogen in HR 11 december 2015, nr. 14/02510, ECLI:NL:HR:2015:3425, dienen de activiteiten van de Stichting, zoals onder meer die in de begroting vermeld onder ‘Evenementen’ en ‘Schoon heel en veilig’, mede een publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone en voldoen daarmee aan de eis van art. 1, lid 2 van de Experimentenwet. De BIZ-bijdrage heeft het karakter van een bestemmingsheffing, daarmee behoeft er in de relatie tot de belastingplichtige geen rechtstreekse tegenprestatie te zijn. Voorts blijkt uit de doelstelling van de Experimentenwet, waaronder het vergroten van de veiligheid en/of aantrekkelijkheid van de bedrijfsomgeving, van het profijt voor een advocatenkantoor als dat van belanghebbende. Belanghebbendes stellingen inzake beïnvloeding door de Gemeente op de besteding van gelden, de hoogte van de BIZ-heffing en de omvang van het BIZ-gebied zijn gelegen in het politieke domein en onttrokken aan het oordeel van de belastingrechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl