Hof 's-Hertogenbosch 26 februari 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:706
Hof: belanghebbende – een B.V. – doet terecht een beroep op betalingsonmacht van het griffierecht. Onder omstandigheden moeten ook rechtspersonen in aanmerking kunnen komen voor kwijtschelding van griffierecht. In casu is sprake van een holding zonder activiteiten, is vanaf de oprichting in 2004 jaarlijks een verlies gemaakt van enkele duizenden euro’s, is al jaren sprake van een negatief eigen vermogen en werd geen dividend uitgekeerd door de twee dochterondernemingen waarvan belanghebbende alle aandelen houdt. Het inkomen c.q. de winst en het vermogen van belanghebbende en haar dochtermaatschappijen zijn ontoereikend om het griffierecht te betalen. Het Hof oordeelt voorts dat (ook) de enig aandeelhouder (de gemachtigde van belanghebbende) gelet op diens geloofwaardige en onweersproken verklaringen over zijn financiële omstandigheden niet in staat kan en moet worden geacht de geldelijke middelen te verstrekken om het verschuldigde griffierecht te voldoen. De opgelegde verzuimboete acht het Hof passend en geboden en het Hof kent belanghebbende geen vergoeding in de proceskosten in hoger beroep toe omdat niet aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte taakuitoefening.
De uitspraak op rechtspraak.nl