Hof 's-Hertogenbosch 15 april 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1481
Tussen partijen is in geschil of de verkrijging van een onroerende zaak door het inroepen van een koopoptie door belanghebbende is vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting omdat het een verkrijging is krachtens herstel als bedoeld is in artikel 19, lid 1, aanhef en onderdeel a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet BRV). Op grond van voornoemde bepaling in artikel 19 Wet BRV is een teruggaaf van overdrachtsbelasting mogelijk indien de toestand van vóór de verkrijging zowel feitelijk als rechtens wordt hersteld als gevolg van de vervulling van een ontbindende voorwaarde. Anders dan de Rechtbank is het Hof van oordeel dat het inroepen van de onderhavige koopoptie niet afhankelijk is van een objectief onzekere factor, maar uitsluitend van de wil van een partij. Hierdoor is er geen sprake van een ontbindende voorwaarde als vereist in artikel 19 van de Wet BRV. Desondanks is de voldane overdrachtsbelasting niet verschuldigd omdat belanghebbende terecht een beroep op een in rechte te honoreren vertrouwen doet. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank. Het hoger beroep van de inspecteur is derhalve ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl