Hof 's-Hertogenbosch 17 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1282

art. 285b Sr; belaging; dulden. Voor de toepassing van art. 285b Sr is niet vereist dat de inbreuk op eens anders persoonlijke levenssfeer aanmerkelijk is. Het effect van de gedragingen op het slachtoffer wordt aan objectieve maatstaven getoetst, wil er sprake zijn van belaging. Waar het om gaat is dat een ieder, wanneer hij redelijkerwijs een bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer kan verwachten, onbevangen zichzelf kan zijn zonder er steeds op bedacht te moeten zijn dat een ander die vrijheid verstoort. Het dulden als bedoeld in artikel 258b Sr houdt ook in het moeten ontvangen van een grote hoeveelheid berichten van de verdachte. Voor een bewezenverklaring van belaging geldt niet de uitleg dat een in art. 285b Sr omschreven gedraging uitsluitend dan als inbreuk makend op de persoonlijke levenssfeer van een ander kan worden aangemerkt indien die ander voorafgaand aan die gedraging aan de verdachte kenbaar heeft gemaakt geen contact met hem te willen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen