Hof 's-Hertogenbosch 25 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1138
De bij de zaak betrokken ambtenaren zijn vertegenwoordigingsbevoegd. Belanghebbende is belasting- en premieplichtig in Nederland. Belanghebbendes stelling dat niet de datum van verzending van de beslissing van de Inspecteur terzake van de dwangsom, doch de datum van ontvangst door belanghebbende als datum van bekendmaking heeft te gelden, is onjuist gelet op het bepaalde in artikel 3:41, lid 1, van de Awb. De Rechtbank heeft het verzoek om immateriële schadevergoeding terecht en op goede gronden afgewezen. Het Hof kent wel een immateriële schadevergoeding toe van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2162
- HR 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1283
- HR 20 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:660
- HR 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:147
- HR 22 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1261
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:30
- HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5080
- Conclusie A-G Wattel 22 april 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AO9006
- HR 7 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF5364
- HR 19 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3635