Hof 's-Hertogenbosch 22 maart 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1080
Kort geding. Aanbesteding van leermiddelen door drie scholen, verdeeld in meerdere percelen. In de offerteaanvraag is bepaald dat de aanbesteding voor elk afzonderlijk perceel leidt tot één overeenkomst voor onbepaalde tijd. Daarbij is de levering van het aantal leermiddelen niet gegarandeerd; jaarlijks hebben de scholen de mogelijkheid om meer of minder leermiddelen te bestellen per perceel. Met de voorzieningenrechter is het hof voorshands van oordeel dat deze bepaling strijdig is met 2.140 lid 3 van de Aanbestedingswet 2012, waarin is bepaald dat de looptijd van een raamovereenkomst niet langer is dan vier jaar, behalve in uitzonderingsgevallen die deugdelijk gemotiveerd zijn. Het standpunt van de scholen dat het onderscheidende kenmerk van een raamovereenkomst is dat niet vaststaat of er in de toekomst daadwerkelijk een opdracht zal worden verstrekt, dat i.c. van een dergelijke onbekendheid of onzekerheid geen sprake is omdat vaststaat dat er opdrachten zullen worden verleend, en dat er daarom geen sprake zou zijn van een raamovereenkomst in de zin van de Aanbestedingswet 2012, verwerpt het hof. Volgt bekrachtiging. De overige grieven behoeven geen bespreking.
De uitspraak op rechtspraak.nl