Hof 's-Hertogenbosch 10 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:827
Procesrecht; verzet; gesloten stelsel van rechtsmiddelen; wisselbepaling; artikel 340 Rv; conversie van het ene rechtsmiddel in het andere; vervallen verklaren van arrest; nietigheid van tijdens schorsing gewezen vonnis of arrest. Opposanten hebben verzet gedaan van arresten van het hof. Het hof stelt in het verzet vast dat het abusievelijk verstekarresten heeft gewezen nadat namens opposanten hun toenmalige raadsman alsnog het griffierecht had voldaan. Van de arresten staat dientengevolge geen verzet open, maar alleen beroep in cassatie. Daarnaast zijn de arresten gewezen terwijl de toenmalige advocaat van opposanten zijn hoedanigheid van advocaat had verloren. Het hof bespreekt en verwerpt achtereenvolgens de stellingen van opposanten dat zij ontvankelijk zijn in het verzet, dat het hof zijn arresten vervallen dient te verklaren en dat de arresten van het hof nietig zijn. Volgt niet-ontvankelijkverklaring in het verzet. Het verzoek het betaalde griffierecht in het verzet aan opposanten te restitueren is reeds daarom niet toewijsbaar, dat de WGBZ in een eigen regeling voorziet.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 69 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 70 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 142 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 143 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 225 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 340 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 29 Wgbz