Hof 's-Hertogenbosch 5 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:722
Belanghebbende exploiteert een onderneming op het gebied van de orthopedische schoen¬techniek. Drie orthopedische behandelmogelijkheden staan ter beschikking voor patiënten met orthopedische klachten: (1) individuele maatschoenen (zogenoemd OSA-schoeisel), (2) semi-orthopedisch schoeisel (in serie of over serieleesten vervaardigd schoeisel, dat slechts na aanpassing aan de individuele zieke voet is te dragen, zogenoemd OSB-schoeisel) en (3) orthopedische voorzieningen aan een confectieschoen (zogenoemd OSC-schoeisel). De OSC- aanpassingen geschieden op medisch voorschrift en hebben tot doel de confectieschoenen geschikt te maken voor mensen met orthopedische aandoeningen. In geschil is het tarief voor de omzetbelasting voor de OSC-aanpassingen. Volgens de Inspecteur is geen sprake van vervaardiging van orthopedisch schoeisel omdat (a) OSC-schoeisel geen orthopedisch schoeisel zou zijn en (b) de aanpassingen geen vervaardiging vormen, nu de door belanghebbende geleverde confectieschoenen geen functiewijziging ondergaan. Het Hof stelt de Inspecteur in het ongelijk. Het OSC-schoeisel wordt door een arts voorgeschreven ten behoeve van patiënten met een orthopedische afwijking en aan diens voet aangepast en vormt daarom orthopedisch schoeisel. De aanpassingen aan de confectieschoen zijn dermate ingrijpend dat in wezen sprake is van (de oplevering van) een nieuw vervaardigde schoen. De vraag of sprake is van een functiewijziging van de schoen, is niet relevant. Post b.16 van tabel I is daarom van toepassing. Het gelijk is aan belanghebbende. Belanghebbendes overige stellingen (onder meer een beroep op opgewekt vertrouwen door een boekenonderzoek en het Europese beginsel van fiscale neutraliteit) behoeft geen behandeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl