Hof 's-Hertogenbosch 17 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:5460
Tussen partijen is uitsluitend nog in geschil is het antwoord op de vraag of de tweejaarstermijn, zoals opgenomen in artikel 3.111, lid 2, van de Wet IB 2001, in strijd is met het Unierecht, met name met de vrijheid van vestiging (artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (het VEU), oud artikel 43 VEG), de vrijheid van kapitaalverkeer (artikel 63 van het VEU, oud artikel 56 VEG) dan wel de vrijheid van personenverkeer (artikel 21 van het VEU, oud artikel 18 VEG). De Rechtbank is – kort samengevat - van oordeel dat er geen sprake is van een verboden belemmering in de zin van genoemde bepalingen van het VwEU, komt tot de conclusie dat het gelijk aan de Inspecteur is en verklaart het beroep ongegrond. Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank met betrekking tot deze vraag op goede gronden een juiste beslissing genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl