Hof 's-Hertogenbosch 18 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:5457

Belanghebbende heeft aangifte IB/PVV 2010 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 2.836. Belanghebbende heeft hierbij een restant persoonsgebonden aftrek uit 2008, ten bedrage van € 3.233, van de echtgenoot van belanghebbende in aanmerking genomen. Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende bij het doen van de aangifte IB/PVV 2010 ten onrechte een restant persoonsgebonden aftrek in mindering gebracht aangezien deze persoonsgebonden aftrek reeds bij de onherroepelijk geworden aanslag IB/PVV 2008 van de echtgenoot van belanghebbende in aanmerking is genomen (Hoge Raad 13 februari 2015, nr. 14/03504, ECLI:NL:HR:2015:277). Het Hof is niet bevoegd om te oordelen over belanghebbendes verzoek tot kwijtschelding van de aanslag IB/PVV 2010. Dit geldt eveneens voor belanghebbendes verzoek tot uitstel van betaling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken