Hof 's-Hertogenbosch 21 augustus 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3283
Aan belanghebbende is in 2012 een “informatiebeschikking 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2012” gegeven wegens het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht. Het Hof is van oordeel dat de informatiebeschikking in stand blijft. De omstandigheid dat de Inspecteur eind 2011 de aanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen 2008 had opgelegd, doet derhalve niet af aan de rechtmatigheid van de informatiebeschikking. Het Hof is immers van oordeel dat de artikelen 47, 52 en 52a van de AWR aldus moeten worden uitgelegd (i) dat de Inspecteur ook in de bezwaarfase tegen een belastingaanslag de bevoegdheid heeft de belastingplichtige te vragen de administratie beschikbaar te stellen en de administratie te onderzoeken, (ii) dat zulks ook het geval is indien hij die bevoegdheid reeds in de aanslagregelende fase heeft aangewend zonder dat die bevoegdheidsuitoefening door het geven van een informatiebeschikking is gevolgd en (iii) dat de Inspecteur in een zodanig geval, indien hij van opvatting is dat sprake is van gehele of gedeeltelijke schending van de op de belastingplichtige rustende administratie- en bewaarplicht ingevolge artikel 52, lid 1, van de AWR, die schending kan vastleggen in een informatiebeschikking die de Inspecteur in de bezwaarfase aan de belastingplichtige geeft. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur verzetten zich voorts niet tegen de rechtmatigheid van de informatiebeschikking. Het Hof is verder van oordeel dat de Inspecteur, tegenover de betwisting door belanghebbende, aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende de administratie- en bewaarplicht heeft geschonden. Het Hof stelt belanghebbende in tegenstelling tot de Rechtbank geen termijn om alsnog de in de informatiebeschikking genoemde gebreken te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl