Hof 's-Hertogenbosch 30 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2918

In geschil is de vraag of de Rechtbank een hogere proceskostenvergoeding had moeten toekennen. Gelet op het feit dat de gemachtigde van belanghebbende ter zitting is verschenen en gelet op hetgeen in het Besluit proceskosten bestuursrecht is bepaald, had de Rechtbank voor het verschijnen ter zitting van de gemachtigde één punt dienen toe te kennen. Noch artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht noch het Besluit beperkt de kosten van rechtsbijstand die voor vergoeding in aanmerking komen tot de kosten van proceshandelingen die hebben bijgedragen aan de gegrondverklaring van het beroep. Het Hof is verder van oordeel dat de toegepaste wegingsfactor, passend bij een gemiddeld gewicht van de zaak, juist is. Tot slot oordeelt het Hof dat in onderhavig geval geen sprake is taxatie-technische werkzaamheden, maar van het verlenen van rechtsbijstand door de gemachtigde. Het hoger beroep is gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen