Hof 's-Hertogenbosch 23 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2790

1. Verlies uit aanmerkelijk belang of onzakelijke lening? Belanghebbende houdt alle aandelen in C Ltd. C Ltd is failliet gegaan en enkele jaren na het onderhavige belastingjaar opgeheven. Hof: het is niet aannemelijk dat een derde de gelden onder gelijke voorwaarden aan C Ltd zou hebben geleend. De door belanghebbende gestorte bedragen moeten in zoverre als kapitaal behandeld worden, dat zij (pas) bij teloorgaan, kunnen leiden tot een verlies uit aanmerkelijk belang op het door de Wet aangewezen tijdstip. In dit geval is dat het tijdstip waarop de vennootschap ophoudt te bestaan, en belanghebbende (dus) ophoudt een aanmerkelijk belang te bezitten. Op belanghebbende rust dan de bewijslast om voor de Inspecteur, of in beroep voor de belasting¬rechter, de omvang van het verlies c.q. de door hem gestorte bedragen aannemelijk te maken. 2. Tevens is in geschil of belanghebbende recht heeft op aftrek wegens specifieke zorgkosten wegens ziekte. Het Hof beantwoordt die vraag deels bevestigend, omdat belanghebbende in hoger beroep een doktersvoorschrift overlegt waaruit blijkt dat hij een dieet moet volgen. De overige door belanghebbende geclaimde uitgaven hebben geen betrekking op handelingen die zijn aan te merken als geneeskundige hulp en komen niet voor aftrek in aanmerking. De arts die een keuring voor een rijbewijs uitvoert, verricht niet een medische handeling bedoeld in de wet. Zijn handelingen zijn gericht op het vaststellen of belanghebbende gezond genoeg is om te mogen autorijden. Het beroep van belanghebbende op opgewekt vertrouwen, omdat in het verleden de aftrek wel zou zijn verleend, wordt verworpen. Het enkel volgen van de aangifte in het verleden, zelfs indien dat over een reeks van jaren is gebeurd, is daartoe onvoldoende. 3. Ten slotte claimt belanghebbende vergeefs aftrek voor levensonderhoud voor zijn in het buitenland stage lopende dochter. De wet sluit aftrek uit als een kind, zoals hier, recht heeft op studiefinanciering. belanghebbende stelling dat de wettelijke regeling alleen ziet op situaties van binnen Nederland studerende kinderen, is in strijd met het recht. (hoger beroep deels gegrond)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen