Hof 's-Hertogenbosch 12 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2121

Verpakkingenbelasting. Belanghebbende, gevestigd buiten het ressort van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, heeft in beroep verzocht om voeging van de zaak met de overeenkomstige zaak van een groepsmaatschappij aanhangig bij deze Rechtbank. Nu partijen daarbij zijn gebaat, verklaart het Hof in dit geval de uitspraak van de Rechtbank voor gedekt. Belanghebbende heeft de bewijslast voor haar stelling dat de kokers en de worsten, afgevuld met afdichtingskit, moeten worden uitgezonderd van het begrip ‘verpakkingen’, gezien het bepaalde in artikel 80, onderdeel a, onder 1°, dan wel 4°, van de Wet belastingen op milieugrondslag. Belanghebbende verwijst naar de Europese Richtlijn van 7 februari 2013 met de daarin genoemde printerpatronen en voert aan dat het niet opnemen van de kokers en de worsten in de exotenlijst van artikel 32, derde lid, van de Uitvoeringsregeling, zoals de daarin vermelde inkt- en tonercartridges, in strijd is met het gelijkheidsbeginsel van artikel 26 van het IVBPR. Mede gelet op het door belanghebbende overgelegde fotomateriaal en de ter zitting gegeven demonstratie van een koker met kitpistool is het Hof van oordeel dat de kokers en de worsten zijn bedoeld als onderdelen van productieapparaten, dat de gebruiksfunctie voorop staat en dat de kokers en worsten hoofdzakelijk een andere functie hebben dan een verpakkingsfunctie. Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt. De kokers en de worsten vallen onder de uitzondering, zoals belanghebbende heeft gesteld, en dienen niet als belastbare verpakkingen te worden aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen