Hof 's-Hertogenbosch 9 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2085
Net als rb is hof van oordeel dat vordering niet is verjaard: op grond van de in de vaststellingsovereenkomst uit 1985 opgenomen opschortende voorwaarde is twintig jaarstermijn van art. 3:307 lid 2 BW eerst gaan lopen vanaf dag dat X in 2007 bekend werd met de schade aangezien eerst op dat moment de vordering “op zijn vroegst opeisbaar” was. Anders dan de rb is hof van oordeel dat X op grond van het rapport van orthopedisch chirurg tezamen met de overige overgelegde medische informatie heeft bewezen dat aan het voorbehoud uit vaststellingsovereenkomst is voldaan. Hof verwijst zaak naar schadestaatprocedure omdat debat zowel in eerste aanleg als in hoger beroep vooral betrekking had op de verjaringskwestie en op de vraag of aan voorbehoud uit vaststellingsovereenkomst was voldaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl