Hof 's-Hertogenbosch 21 mei 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1846

Bestuurder kiest ervoor de bedrijfsvoering van de vennootschap zoveel mogelijk voort te zetten om contractuele verplichtingen met name ten aanzien van een belangrijke opdrachtgever na te komen teneinde een faillissement te voorkomen. Aan de terugbetaling van de schuld aan de bank wordt voorrang gegeven. Door de voortgezette bedrijfsvoering opgeroepen belastingschulden worden niet voldaan. Belanghebbende treedt daarover niet in overleg met de belastingdienst. Hof oordeelt dat belanghebbende wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat bij zijn handelwijze belastingschulden opgeroepen door de voortgezette bedrijfsvoering onbetaald zouden blijven en dat ter zake sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur als bedoeld in art. 36, lid 2 IW. Belanghebbende aansprakelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken