Hof 's-Hertogenbosch 15 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5218

Vernieling van een hekwerk op vliegbasis Volkel. Verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie worden verworpen. Het hof is van oordeel dat de stelling van de raadsman dat de Hoge Raad in het zogenoemde kernwapenarrest (LJN ZC3693) niet heeft getoetst aan de beginselen van het oorlogsrecht, berust op een onjuiste lezing van dit arrest. Immers, de Hoge Raad heeft in bedoeld arrest uiteengezet hoe hij onder meer op grond van de Advisory Opinion inzake kernwapens van 8 juli 1996 van het Internationaal Gerechtshof tot zijn oordeel is gekomen. Het Internationaal Gerechtshof heeft zich gebogen over de vraag naar rechtmatigheid of onrechtmatigheid van de bedreiging met of het gebruik van kernwapens. In bedoeld advies heeft het Internationaal Gerechtshof diverse standpunten ten aanzien van het gebruik van kernwapens nader beschouwd. Daarbij heeft het hof, naast het Handvest van de Verenigde Naties, het internationaal gewoonte- en verdragsrecht, alsmede de beginselen en regels van internationaal humanitair recht en neutraliteitsrecht betrokken. Alles overziende en met verwijzing naar het internationaal recht en naar het feitenmateriaal dat het Internationaal Gerechtshof ter beschikking stond, is het Internationaal Gerechtshof niet tot het oordeel kunnen komen of de bedreiging met en het gebruik van kernwapens rechtmatig of onrechtmatig zou zijn in een extreme situatie van zelfverdediging waarin het overleven als zodanig van een staat op het spel zou staan. Vervolgens heeft het Internationaal Gerechtshof bovenstaande vraag over de rechtmatigheid of onrechtmatigheid van de bedreiging met of het gebruik van kernwapens, in 6 stappen beantwoord (A t/m F). Nu de Hoge Raad de Advisory Opinion ten grondslag heeft gelegd aan zijn beslissing van 21 december 2001, is het hof van oordeel dat wel degelijk een toetsing aan de regels van het internationale recht (waaronder het oorlogsrecht) heeft plaatsgevonden. Dat de Hoge Raad een deelconclusie (genoemd onder E) van het Internationaal Gerechtshof malicieus zou hebben geïnterpreteerd, is een opvatting van de verdediging welke door het hof niet wordt gedeeld. Het hof is, anders dan de verdediging, van oordeel dat voornoemde conclusies van de Advisory Opinion handelen over kernwapens in het algemeen, dus zowel over kernwapens die onderscheid maken tussen burger- en militaire doelen als over kernwapens die een dergelijk onderscheid uitsluiten. Het hof kan uit voornoemd advies niet afleiden dat de conclusie van het Internationaal Gerechtshof als genoemd onder 97 (of E) slechts ziet op onderscheidend geweld, zoals door de verdediging naar voren is gebracht. Opgelegd wordt een geldboete van EUR 300,-. Een betonschaar wordt verbeurd verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen