Hof 's-Hertogenbosch 23 oktober 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:4390
Art. 1:261 BW. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank waarbij de minderjarige uit huis is geplaatst. Twee formele grieven worden door het hof verworpen. De uithuisplaatsing op een neutrale plek is naar het oordeel van het hof noodzakelijk. De minderjarige zit klem tussen de ouders. Hij krijgt van de moeder geen onvoorwaardelijke toestemming om contact met de vader te hebben. Het hof acht aannemelijk dat de minderjarige de angst van de moeder voor de vader heeft overgenomen. Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat de moeder de minderjarige inzet in haar strijd tegen de vader. De door de moeder gesuggereerde alternatieven voor een uithuisplaatsing - onder meer observatie van de minderjarige in de thuissituatie - zijn naar het oordeel van het hof ontoereikend. Voorts is de stelling van de moeder dat het niet goed gaat met de minderjarige in de instelling onvoldoende onderbouwd en overigens ook in strijd met de bevindingen van die instelling.
De uitspraak op rechtspraak.nl