Hof 's-Hertogenbosch 29 augustus 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3375

Hof Den Bosch acht de Inspecteur heffingsbevoegd ter zake van een door een inwoner van België genoten uitkering. Belanghebbende, buitenlands belastingplichtige voor de inkomstenbelasting en woonachtig in België, heeft in 2005 een uitkering van € 27.566 ontvangen. Belanghebbende heeft de uitkering niet tot zijn belastbare inkomen uit woning en werk in Nederland gerekend. In geschil is of de Inspecteur heffingsbevoegd is ter zake van genoemde uitkering en, indien dit het geval is, of de Inspecteur vertrouwen gewekt heeft dat de uitkering in Nederland niet in de heffing zal worden betrokken. Het Hof oordeelt dat de uitkering zowel voor toepassing van het Nederlandse nationale recht als voor toepassing van het Verdrag met België te beschouwen is als een pensioenuitkering en niet, zoals belanghebbende heeft betoogd, als een lijfrente-uitkering. Er van uitgaande dat de uitkering vanuit Nederlands perspectief heeft te gelden als een pensioenuitkering, is het Hof van oordeel dat voldaan is aan het bepaalde in artikel 18, paragraaf 2, van het Verdrag met België, zodat Nederland ter zake heffingsbevoegd is. Voor wat betreft het opgewekt vertrouwen is het Hof van oordeel dat de Inspecteur geen uitlatingen heeft gedaan dan wel gedragingen heeft vertoond, welke kunnen worden opgevat als een bewuste en weloverwogen standpuntbepaling door de Inspecteur dat de uitkering in Nederland niet in de heffing zal worden betrokken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen