Hof 's-Hertogenbosch 24 juni 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:1881
Parallelimport. Degene aan wie merkinbreuk wordt verweten is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat indien zij met het bewijs van uitputting van het merkrecht in verband met parallelimport vanuit een land in de EG of de EER zou worden belast het concrete en reële gevaar bestaat dat de merkgerechtigde de (nationale) markten zal gaan afschermen. Degene aan wie merkinbreuk wordt verweten wordt thans toegelaten tot het bewijs dat de goederen door de merkgerechtigde of met haar toestemming, onder haar merk , in de EG of EER in het verkeer zijn gebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl