Hof 's-Hertogenbosch 25 april 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ8650

De mogelijkheid van erkenning Het in casu toepasselijke Marokkaanse recht, dat niet de rechtsfiguur van de erkenning kent, is in strijd met artikel 10:6 BW. Het verwijzingsresultaat, volgens welk de (Marokkaanse) biologische vader, die met de (Marokkaanse) moeder en het kind in gezinsverband leeft, dit kind niet kan erkennen, is in strijd met de Nederlandse openbare orde en met artikel 8 EVRM en moet derhalve terzijde worden gesteld. Deze door de ingreep van de mensenrechten veroorzaakte leemte in het verwijzingsresultaat dient te worden opgevuld door de lex fori, in casu het Nederlandse recht, volgens welk recht de erkenning door de Marokkaanse man wel rechtsgeldig kan plaatsvinden. De geslachtsnaam van het kind Het Marokkaanse recht, dat niet de mogelijkheid kent dat de ouders, die beiden recht hebben op erkenning van hun familierechtelijke betrekkingen met het kind, en die gelet op de door hen gewenste eenheid van naam binnen hun gezin, dezelfde geslachtsnaam voor dit kind als die van hun oudste kind kiezen, kan voor wat betreft het recht op de geslachtsnaam(wijziging) terzijde worden gesteld en het Nederlandse recht kan hiervoor in de plaats treden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen