Hof 's-Hertogenbosch 12 februari 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ3309
1. Doorbreking specialiteitsbeginsel onder verwijzing naar uitspraak van het Hof van Justitie (NJ 2009, 394, Leymann en Pustovarov): uitzondering genoemd in artikel 27, derde lid sub c, van het Kaderbesluit EAB brengt met zich mee dat de betrokken persoon zonder toestemming van de uitvoerende justitiële autoriteit kan worden vervolgd en berecht voor een ander feit dan ter zake waarvan hij is overgeleverd, voor zover hij voor dat feit niet in voorlopige hechtenis wordt geplaatst. 2. Vrijspraak woningoverval Eindhoven nu slechts sprake is van bewijs afkomstig uit één enkele bron. 3. Geen schending van het ondervragingsrecht. Verweer dat verdediging niet ten volle gebruik heeft kunnen maken van het ondervragingsrecht wordt verworpen, onder verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 29 januari 2013 (LJN BX5539). De verdediging heeft tijdens het verhoor van de getuige [O] door de rechter-commissaris het ondervragingsrecht kunnen uitoefenen nu genoemde getuige niet geweigerd heeft om vragen over de betrokkenheid van de verdachte bij het hem ten laste gelegde te beantwoorden. Pas bij zijn verhoor door de raadsheer-commissaris heeft de getuige met een beroep op het verschoningsrecht geweigerd vragen te beantwoorden. Uit voornoemd arrest van de Hoge Raad blijkt dat als de getuige voor een rechter is geroepen en aldaar verschijnt maar weigert een verklaring af te leggen, dat niet mee brengt dat een inbreuk wordt gemaakt op het ondervragingsrecht. Echter, indien een belastende verklaring van een getuige het enige bewijsmiddel is waaruit verdachtes betrokkenheid bij het tenlastegelegde feit rechtstreeks kan volgen en die persoon nadien door een rechter-commissaris is gehoord en ten overstaan van deze die verklaring heeft ingetrokken, geldt als regel dat deze persoon ter terechtzitting in eerste aanleg en in geval van appel ook ter terechtzitting in hoger beroep als getuige behoort te worden gedagvaard/opgeroepen. Een en ander met de achterliggende gedachte dat de rechter zich door eigen waarneming van de getuige een oordeel zal dienen te vormen omtrent de betrouwbaarheid van diens verklaringen, dan wel omtrent de redenen van diens weigering aldaar een verklaring af te leggen. In hoger beroep is de getuige op verzoek van de verdachte en met instemming van de verdediging gehoord door de raadsheer-commissaris, tevens een van de leden van de strafkamer van het hof die over deze zaak oordeelt. De raadsheer-commissaris heeft zich aldus op basis van eigen waarnemingen bedoeld oordeel kunnen vormen en heeft haar bevindingen kunnen delen met de andere leden van de strafkamer. Hiermee is naar het oordeel van het hof voldoende tegemoet gekomen aan de achterliggende gedachte van voornoemde regel. De belastende verklaring van [O], zoals afgelegd bij de politie, vindt bovendien in voldoende mate steun in andere bewijsmiddelen en heeft de aanwezigheid van voldoende steunbewijs tot gevolg dat reeds om die reden geen sprake kan zijn van enige schending van het ondervragingsrecht.
De uitspraak op rechtspraak.nl