Hof 's-Hertogenbosch 10 oktober 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:5856
Artikel 1:144 lid 2 (sub a) BW. Het hof is van oordeel dat het inbrengen van het genot en gebruik van de landbouwgrond van de rechthebbende in een CV, een beschikkings¬handeling is, die niet tevens kan worden aangemerkt als een gewone daad van beheer. Hoewel de inbreng van de landbouwgrond in een CV een beperking oplevert van de mogelijkheden voor de rechthebbende om vrijelijk over de landbouwgrond te beschikken, weegt dit naar het oordeel van het hof niet op tegen het belang van de rechthebbende bij de financiële voordelen die deze handeling met zich zou brengen. Het hof is dan ook in beginsel bereid toestemming te geven voor de door de bewindvoerder verzochte handeling. Het hof ziet echter in de door de bewindvoerder overgelegde conceptakte nog enkele bezwaren dan wel risico’s en verzoekt de bewindvoerder om (a) een nieuwe conceptakte te overleggen waarin de door het hof voorgestelde wijzigingen zijn verwerkt, (b) aan het hof kenbaar te maken of zij bereid is haar ontslag als bewindvoerder te aanvaarden en, (c) indien voorgaande vraag bevestigend wordt beantwoord, het hof te informeren of iemand uit de omgeving van de rechthebbende, niet zijnde een toekomstige vennoot van de CV dan wel een persoon werkzaam in of ten behoeve van de CV, bereid is als opvolgend bewindvoerder te worden benoemd.
De uitspraak op rechtspraak.nl