Hof 's-Hertogenbosch 22 oktober 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:4950
1. Rechtmatigheid controle uitgevoerd door wachtmeesters van de KMAR in het kader van het MTV. 2. Artikel 6, vierde lid, van de Politiewet betreft een instructienorm. ad 1. Het hof stelt vast dat de controle niet heeft plaatsgevonden in het kader van het voorbereidend onderzoek van het in de onderhavige strafzaak aan verdachte ten laste gelegde (overtreding van de Wet wapens en munitie). Voor zover er al sprake van een verzuim zou zijn geweest, is dat begaan buiten het verband van dit voorbereidend onderzoek. Blijkens bestendige jurisprudentie (o.a. LJN AM2533, LJN BV1642, LJN BW9199 en ECLI: GHSHE:2013:2965) leveren eventuele gebreken die aan een MTV-controle kleven geen vormverzuimen op als bedoeld in artikel 359a, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering. ad 2. Het huidige vierde lid van artikel 6 van de Politiewet dient gelezen te worden als een instructienorm die als zodanig niet de bevoegdheid van de militair van de KMAR aantast. Bij het overtreden van deze instructienorm kan de rechtmatigheid van het optreden van de militair van de KMAR niet worden aangevochten. Immers, een instructienorm als de onderhavige leent zich naar inhoud en strekking er niet toe jegens een verdachte als rechtsregel te worden te worden toegepast.
De uitspraak op rechtspraak.nl