Hof 's-Hertogenbosch 12 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3983
Belanghebbende ontvangt in 2010 Nederlandse en Duitse wettelijke pensioenen evenals Nederlandse en Duitse bedrijfspensioenen. Niet in geschil is dat al deze pensioenen zuiver naar nationaal recht bezien behoren tot het premie-inkomen voor de premie AWBZ. Het heffingsrecht van Nederland wordt niet beperkt door Unierecht. Het Hof heeft daartoe het volgende overwogen. Geen enkele bepaling van het Unierecht verbiedt Nederland om het premie-inkomen inclusief de bedrijfspensioenen te berekenen. Voorts heeft belanghebbende gesteld noch doen blijken dat zij tijdens de opbouw van de Duitse pensioenen aldaar ziekteverzekeringspremies heeft afgedragen, zodat artikel 45 VWEU er niet aan in de weg staat dat Nederland premie AWBZ heft over de Duitse pensioenen. Betreffende de periode van 1 januari 2010 tot 1 mei 2010 wordt het heffingsrecht ingevolge Verordening 1408/71 beperkt, indien het totaalbedrag van de over die periode verschuldigde ziekteverzekeringspremies hoger is dan de over die periode ontvangen AOW, maar dat is hier niet het geval. Betreffende de periode 1 mei 2010 tot en met 31 december 2010 wordt het heffingsrecht beperkt, indien (i) de verstrekkingen bij ziekte niet volledig worden gedragen door een orgaan van Nederland en (ii) het bedrag van de op alle betaalde pensioenen geheven ziekteverzekeringspremies hoger is dan het bedrag dat van belanghebbende zou worden geheven, als zij hetzelfde bedrag aan pensioenen van Nederland zou ontvangen; daarvan is hier geen sprake.
De uitspraak op rechtspraak.nl