Hof 's-Hertogenbosch 13 maart 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BV8863
Art. 1:261 Bw; machtiging uithuisplaatsing; Art.3, lid 4 Wjz; De vader stemt in met een uithuisplaatsing van [zoon], maar kan zich niet verenigen met de plaatsing van [zoon] in een accommodatie van een zorgaanbieder 24-uurs. Het beroep is gericht tegen het indicatiebesluit en wel tegen het feit dat de stichting plaatsing bij de vader niet in haar besluitvorming heeft betrokken. Het hof komt tot het oordeel dat het beroep van de vader tegen het indicatiebesluit voor gegrondverklaring in aanmerking komt en het indicatiebesluit op dit onderdeel dient te worden vernietigd. Aldus oordelend blijft de machtiging tot uithuisplaatsing in stand maar kan de stichting niet tot plaatsing overgaan. De consequentie van deze uitkomst acht het hof niet wenselijk. Het belang van [zoon] is gediend met een uithuisplaatsing. Immers terugplaatsing bij de moeder en de stiefvader is geen optie. Mitsdien zal het hof, overeenkomstig het bepaalde in art. 8:72, lid 3 Awb, bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het indicatiebesluit voor beperkte tijd in stand blijft teneinde de stichting in de gelegenheid te stellen, desgewenst , een nieuw besluit te nemen en, in geval van een nieuw besluit, dit te doen met in achtneming van het gestelde in deze uitspraak. Het vorenstaande geeft het hof aanleiding de machtiging tot uithuisplaatsing in duur te beperken.
De uitspraak op rechtspraak.nl