Hof 's-Hertogenbosch 23 januari 2012, ECLI:NL:GHSHE:2012:BV1524
Raptuszaak. De rechtbank heeft op 23 juli 2009 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van elf verdachten. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie het vertrouwen dat de verdediging mocht hebben in een eerlijke procesvoering op onherstelbare wijze had geschaad. Het hof vernietigt vonnis van de rechtbank en wijst zaak terug. Het hof is van oordeel dat het door de officier van justitie aan de rechtbank toezenden van een ambtsbericht met daarin de samenvatting van nog niet in het geding gebrachte belastende verklaringen van een mogelijke getuige, met de bedoeling dit (op dat moment) buiten de verdediging te houden, een ernstige fout is geweest, maar dat deze fout in overwegende mate reeds in eerste aanleg is hersteld zodat geen sprake is van een blijvende inbreuk op de goede procesorde. Voorts is het hof van oordeel dat de officier van justitie niet tekort geschoten is met het verschaffen van informatie over de vreemdelingenrechtelijke en strafvorderlijke status van de getuige. De getuige heeft een verblijfsvergunning gekregen als noodzakelijke voorwaarde om hem te kunnen beschermen. Geen getuige als bedoeld in art. 226a of art. 226g Sv, maar een andere getuige als bedoeld in art. 226l lid 2 Sv.
De uitspraak op rechtspraak.nl