Hof 's-Hertogenbosch 26 augustus 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BU2913

Belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit en was tot zijn pensionering in Nederland werkzaam als rijksambtenaar. Na zijn pensionering is hij in Israël gaan wonen. Belanghebbende heeft een verzoek gedaan om vrijstelling van loonbelasting en premie volksverzekeringen ten aanzien van de pensioenuitkering. Dit verzoek is door de inspecteur afgewezen. Tegen deze afwijzing staan geen rechtsmiddelen open, zodat de inspecteur belanghebbende terecht niet-ontvankelijk in zijn bezwaar hiertegen heeft verklaard, aldus het hof. Voor zover belanghebbende heeft bedoeld bezwaar te maken tegen een onjuiste inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen, oordeelt het hof dat geen sprake is van strijd met het beginsel van non-discriminatie, neergelegd in art. 27, lid 1, van het Verdrag Nederland-Israël. Belanghebbende beroept zich voorts op het gelijkheidsbeginsel. Hij is van mening dat er een niet te rechtvaardigen onderscheid bestaat tussen de belastingheffing van personen die een overheidspensioen genieten (heffing in bronstaat) en van personen die een privaatrechtelijk pensioen genieten (heffing in woonstaat). Het hof overweegt dat de tussen Nederland en Israël overeengekomen verdeling van heffingsrechten ter zake van overheidspensioenen en particuliere pensioenen in overeenstemming is met de internationaal aanvaarde uitgangspunten (vgl. art. 19 OESO-modelverdrag). Van strijd met art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM acht het hof geen sprake.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen