Hof 's-Hertogenbosch 17 juni 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BT9014

Belanghebbende heeft een uitkering uit de ziektewet en een loongerelateerde uitkering Werkhervatting Gedeeltelijke Arbeidsongeschikten (WGA) op grond van de WIA. In zijn aangifte vermeldt belanghebbende de WGA uitkering als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking; de inspecteur beschouwt de uitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking, waardoor er geen arbeidskorting wordt verleend. Het Hof oordeelt dat de WGA-uitkering geen verband houdt met bepaalde arbeid en geen rechtstreekse beloning daarvoor vormt. Er is geen sprak van een met loon gelijkgestelde uitkering en derhalve geen recht op arbeidskorting. Het beroep op strijd met het gelijkheidsbeginsel ex art 14 EVRM en/of 26 IVBPR verwerpt het Hof met een verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 8 juli 2005, nr. 39 870, BNB 2005/310. De vergelijking met het arbeidskostenforfait brengt belanghebbende evenmin verder. Hoger beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen