Hof 's-Hertogenbosch 9 juni 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BR5040

Belanghebbende is de moeder van de middelijk aandeelhouder van een vennootschap en in loondienst bij deze vennootschap. Volgens de arbeidsovereenkomst is belanghebbende aangesteld als financieel directeur. In het onderhavige jaar was belanghebbende 69. Wegens de verslechterde financiële positie van de vennootschap verzoekt de accountant van de vennootschap aan de Inspecteur om restitutie van afgedragen loonheffing omdat belanghebbende en haar zoon zouden hebben afgezien van salaris. Dit verzoek is afgewezen omdat na onderzoek bleek dat belanghebbende noch haar zoon het in de betreffende periode genoten salaris hadden terugbetaald; het salaris is evenmin verlaagd. De vennootschap heeft vervolgens aanzienlijke betalingsachterstanden opgelopen met betrekking tot af te dragen omzetbelasting en loonheffingen; tenslotte is de vennootschap failliet gegaan. Bij haar aangifte inkomstenbelasting 2003 verrekent belanghebbende ruim € 44.000 loonheffing. In verband met het feit dat de betreffende loonheffingen niet volledig zijn afgedragen legt de inspecteur een navorderingsaanslag met boete en heffingsrente op. Het Hof oordeelt vooraf dat het verzoek om uitstel van de zitting terecht is afgewezen omdat de zoon van belanghebbende te kennen had gegeven te zullen komen en hij door het Hof in staat werd geacht omtrent de financiële positie van de vennootschap voldoende te kunnen verklaren. Vervolgens oordeelt het Hof dat bij belanghebbende zoveel wetenschap omtrent de financiële problemen van de vennootschap moet hebben bestaan dat er geen goede trouw aanwezig was met betrekking tot het niet -afdragen van de verschuldigde loonheffingen. Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel verwerpt het Hof met het oordeel dat er, onder meer gelet op de aandeelhouderspositie van belanghebbendes zoon, geen sprake is van gelijke gevallen. Bij gebrek aan goede trouw is er ook geen sprake van een pleitbaar standpunt zodat naast de aanslag ook de boete wordt gehandhaafd. Hoger beroep van belanghebbende ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen