Hof 's-Hertogenbosch 15 april 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ6307

Belanghebbende heeft een uitzendbureau in de bouwsector. De inspecteur heeft bij belanghebbende een zogenaamd deblokkeringsonderzoek inzake een G-rekening ingesteld, waarbij enkele uren met belanghebbende is gesproken; tijdens dat onderzoek zijn de bankafschriften betrekking hebbend op de G-rekening ingezien. Twee jaar later heeft er bij belanghebbende een onderzoek plaatsgevonden gericht op de juistheid van de ingediende aangiftes loonbelasting/premie volksverzekeringen. Tijdens dit onderzoek is geconstateerd dat belanghebbende niet voor alle werknemers beschikte over de juiste loonbelastingverklaringen en dat van een aantal werknemers de identiteit niet op de juiste wijze was vastgesteld. Tijdens het onderzoek bleek ook dat er reiskostenvergoedingen waren betaald zonder dat duidelijk was waarop die gebaseerd waren. De na het onderzoek opgelegde naheffingsaanslag LB/PH, waarbij het anoniementarief werd toegepast en een boete werd opgelegd, bestrijdt belanghebbende met het vertrouwensbeginsel: door het deblokkeringsonderzoek was bij hem het vertrouwen gewekt dat de loonadministratie correct was. Het Hof oordeelt dat belanghebbende er niet op mocht vertrouwen dat de loonadministratie tijdens het deblokkeringsonderzoek op zijn fiscale merites was beoordeeld en verwerpt het beroep op opgewekt vertrouwen. Het anoniementarief wordt door het Hof gehandhaafd omdat door het ontbreken van handtekeningen op de LB-verklaringen deze geen zekerheid omtrent de identiteit kunnen geven. Het anoniementarief is evenmin een strafsanctie waarop artikel 6 EVRM van toepassing is. De correctie wegens de niet-sluitende reiskostenadministratie blijft eveneens in stand. De boete wordt gedeeltelijk verminderd. Hoger beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen