Hof 's-Hertogenbosch 18 maart 2011, ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ4616
Belanghebbende is aannemer en heeft een oud woonhuis met opstallen en twee percelen bouwgrond gekocht. De aangekocht opstallen zijn gesloopt en belanghebbende heeft bouwvergunning aangevraagde voor de bouw van een viertal woningen. Er wordt een bouwvergunning eerste fase afgegeven en enige maanden later een vergunning tweede fase. Belanghebbende verkoopt een tweetal percelen bouwgrond middels een "Koop/aannemingsovereenkomst". De percelen worden bij notariële akte verkocht voor elk € 67.226,89 , te vermeerderen met € 12.773,11 omzetbelasting is in totaal € 80.000,-. Belanghebbende, aanwezig bij het passeren van de aktes, heeft de omzetbelasting niet afgedragen. De inspecteur heeft de omzetbelasting nageheven met een verzuimboete van 10%. Het Hof stelt vast dat er in casu sprake is van onbebouwde grond in de zin van artikel 11, lid 4 van de Wet OB 1968. De notariële akte moet als een factuur worden gezien, maar gelet op het arrest van de Hoge Raad van 14 december 2007, nr. 37.748 mist artikel 37 van de Wet OB toepassing. Belanghebbendes stelling dat er pas sprake is van bouwgrond als de bouwvergunning onherroepelijk vaststaat acht het Hof met de rechtbank, onjuist. Heffing van omzetbelasting is dan ook terecht. Het Hof is met de rechtbank voorts van oordeel dat belanghebbende geen pleitbaar standpunt heeft ingenomen, daar hij zelf aanwezig was bij het passeren van de aktes. dat er geen sprake was van overdrachtsbelasting maar van omzetbelasting was hem dus duidelijk. Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl