Hof 's-Hertogenbosch 23 december 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ1352
In beroep bij de rechtbank was in geschil of op de in- en verkoop van auto's de margeregeling van toepassing was en of terecht een boete was opgelegd. De rechtbank heeft de margeregeling van toepassing geacht en de boete verminderd. De inspecteur heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank betreffende de naheffingsaanslag en niet betreffende de boete. Belanghebbende heeft in een nader stuk voor de zitting van het hof incidenteel hoger beroep ingesteld betreffende de boete. Het hof oordeelt dat het in beginsel is toegestaan om, in geval de wederpartij uitsluitend hoger beroep betreffende de naheffingsaanslag heeft ingediend, incidenteel hoger beroep betreffende de boete in te dienen. Belanghebbende heeft het incidentele hoger beroep echter niet tijdig ingediend, nu dit op grond van art. 27m, lid 1, AWR bij het verweerschrift had moeten gebeuren. Het hof kan dan ook geen acht slaan op het verweer van belanghebbende met betrekking tot de boete. Dit wordt niet anders door het gegeven dat het belanghebbende vrij staat om verweer met alle argumenten te voeren, ook met argumenten die door de rechtbank zijn verworpen of die welke hij nog niet eerder heeft ingenomen (HR 4 december 2009, nr. 08/02258, NTFR 2009/2683). Volgens het hof geldt deze vrijheid slechts voor de elementen van de uitspraak van de rechtbank die door het instellen van (incidenteel) hoger beroep onderdeel van het geschil zijn geworden. Het hof geeft in deze zaak dan ook uitsluitend een oordeel betreffende de naheffingsaanslag en sluit hiervoor aan bij de rechtbank: belanghebbende heeft aannemelijk gemaakt aan de voorwaarden van de margeregeling te voldoen.
De uitspraak op rechtspraak.nl