Hof 's-Hertogenbosch 15 oktober 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BP6035
Belanghebbende heeft een auto met een dubbele cabine en grijs kenteken. Bij een controle in oktober 2006 is geconstateerd dat het tussenschot tussen de zitruimte en de laadruimte ontbrak. De inspecteur heeft vervolgens een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode 13 maart 2006 tot en met 29 december 2006. Belanghebbende heeft gesteld dat het tussenschot slechts twee weken verwijderd is geweest om een bank voor haar zoon te kunnen vervoeren naar zijn studentenkamer. Ter zitting van het hof heeft de inspecteur voor het eerst alsnog deze stelling van belanghebbende betwist maar hij heeft zich uiteindelijk alsnog accoord verklaard de naheffingsaanslag te verminderen tot twee weken. Het hof heeft de zitting vervolgens aangehouden en de inspecteur gevraagd een nadere berekening van de verschuldigde belasting in te sturen. Dit doet de inspecteur, maar hij betwist daarbij wederom het standpunt van belanghebbende dat het tussenschot niet meer dan twee weken verwijderd is geweest. Volgens de inspecteur rust op belanghebbende de bewijslast te doen blijken dat het tussenschot niet meer dan twee weken verwijderd is geweest. Dit gaat het hof te ver. De inspecteur heeft volgens het hof tijdens de zitting uitdrukkelijk, onvoorwaardelijk en op niet te misverstane wijze toegezegd de naheffingsaanslag te beperken tot twee weken. Hij mag daar later dan niet op terugkomen. Het hof vermindert ook de opgelegde boete van € 966. Een boete van € 25 acht het hof passend en geboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl