Hof 's-Hertogenbosch 7 oktober 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BO7041
Belanghebbende drijft een drankengroothandel en beschikt over een accijngoederenplaats (AGP). Per 1 januari 2003 heeft een accijnsverhoging plaatsgevonden en daarop vooruitlopend heeft belanghebbende op 30 december een grote hoeveelheid alcoholhoudende drank verkocht aan een zusterbedrijf en accijns afgedragen naar het lagere tarief. Op 10 maart is vrijwel dezelfde hoeveelheid drank weer teruggeleverd aan belanghebbende die accijns terugvorderde naar het hoge tarief. Het draait in het geschil om de uitleg van artikel 71 van de Wet op de accijns. Het Hof oordeelt, met de rechtbank dat de inspecteur gelijk heeft. Het Hof verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 10 augustus 2007, nr. 43.169, LJN AZ3758, waarin geoordeeld wordt dat wetten richtlijn conform moeten worden uitgelegd tenzij uit de parlementaire behandeling ondubbelzinnig van een andere bedoeling blijkt. De richtlijn 92/12 zegt dat teruggaaf nooit hoger mag zijn dan het daadwerkelijk voldane bedrag. Dat het hier een aangelegenheid betreft die zich volledig binnen Nederland afspeelt doet daaraan niet af. Hoger beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl