Hof 's-Hertogenbosch 6 augustus 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BO7038
Belanghebbende is als gewezen bestuurder van de vennootschap X aansprakelijk gesteld voor een door de vennootschap niet betaalde naheffingsaanslag omzetbelasting. De gemachtigde van belanghebbende heeft pro-forma bezwaar aangetekend en verzocht om uitstel van motivering. Na verstrijken van het verleende uitstel verzoekt de gemachtigde nogmaals uitstel, dat wordt hem verleend en enkele dagen na het verstrijken van de verlengde termijn van uitstel dient belanghebbende de nadere motivering in. Bij uitspraak door de ontvanger wordt belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard wegens een gebrek aan motivering (artikel 6:5, lid 1 onder d, Awb). Het Hof oordeelt dat het pro-forma bezwaar en de brief, waarin uitstel van motivering wordt gevraagd geen andere uitleg toelaten dan dat belanghebbende met de Ontvanger van mening verschilt over de juistheid van de stellingen die de ontvanger aan zijn aansprakelijkstelling ten grondslag had gelegd. Reeds daarom is belanghebbende ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Tevens vindt het Hof dat de ontvanger duidelijker had moeten zijn met betrekking tot de consequenties van het overschrijden van de termijn van uitstel. Voor het zelf in de zaak voorzien ziet het Hof geen reden dus volgt terugwijzing naar de ontvanger. Hoger beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl