Hof 's-Hertogenbosch 4 juni 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BN5162
Belanghebbende heeft de Duitse nationaliteit en woont in Duitsland. Hij is van 1 januari tot en met 22 mei in loondienst in Nederland, daarna ontving belanghebbende "arbeitslosengeld" . Belanghebbende heeft gekozen voor toepassing van artikel 2.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Belanghebbende claimt toepassing van artikel 5, eerste lid van de Uitvoeringsregeling premieheffing volksverzekeringen 2002 (UPV), tijdsevenredige herleiding van het premie-inkomen. De rechtbank geeft de inspecteur gelijk en weigert toepassing van genoemd artikel. Het Hof oordeelt anders. Met een beroep op het arrest Terhoeve (BNB 1999/150) en het arrest van de Hoge Raad van 14 maart 2001, nr. 35.593, BNB 2002/394 oordeelt het Hof dat het vereiste in artikel 5, eerste lid UPV onverenigbaar is met artikel 39 (voorheen 48) EG-verdrag. Ook de overige stellingen van de inspecteur wijst het Hof af en het Hof concludeert dan ook dat belanghebbende recht heeft op toepassing van artikel 5, eerste lid UPV. Hoger beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl