Hof 's-Hertogenbosch 25 juni 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BN3978

Belanghebbende exploiteert een onderneming op het gebied van talenonderwijs. Alle (gecertificeerde) aandelen in belanghebbende worden gehouden door een stichting, zijnde een anbi. Belanghebbende, de stichting en de stichting administratiekantoor hebben op 24 mei 2004 een overeenkomst gesloten, waarin is bepaald dat belanghebbende haar voor vrije uitkering beschikbare winst, uit zal keren aan de stichting. In 2005 heeft belanghebbende aan de stichting een winstuitkering van € 650.000 doen toekomen. In geschil is of dit bedrag op grond van het bepaalde in art. 9, lid 1, letter i, van de Wet Vpb aftrekbaar is van belanghebbendes winst. Het hof overweegt dat het feit, dat belanghebbende met commerciële activiteiten haar winst realiseert op zich niet aan aftrek in de weg staat. Voorts overweegt het hof dat het criterium 'uitsluitend of nagenoeg uitsluitend' niet ziet op het bedrag van de uitkering maar op de werkzaamheden van belanghebbende. Aan dat criterium is volgens het hof voldaan. De inspecteur heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat als gevolg van de aftrek ernstige concurrentieverstoring zou optreden, zodat belanghebbende recht heeft op aftrek. Volgens het hof dient die aftrek pro rata te worden berekend nu belanghebbende pas vanaf 24 mei 2004 aan de eisen voldoet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen